Educatief pakket 2e graad - "Een dorp in een fort"

De lessenreeks ‘EEN DORP IN EEN FORT’ is opgebouwd rond vier thema’s, die allen linken met het leven van de bewoners van Fort Liefkenshoek en zijn omgeving. Het fort als leefgemeenschap en als economische productie-eenheid staat centraal. Bij ieder thema horen werkblaadjes en werkboekjes voor de leerling.

Thema 1 focust op het fort als leefgemeenschap. De leerlingen maken kennis met de strategische ligging van Fort Liefkenshoek aan de linkeroever van de Schelde (en Fort Lillo, het zogenaamde tweelingfort op de rechteroever), waarom en wanneer dit fort precies op die plek werd gebouwd en welke mensen met welke beroepen er hebben gewoond en gewerkt.
Als lesmateriaal bij dit thema horen twee downloadbare werkblaadjes en een uitbeeldopdracht.

Thema 2 staat stil bij het polderlandschap rondom het toenmalige fort, dat instond voor de voedselvoorziening van de leefgemeenschap. Fort Liefkenshoek was lange tijd omringd door polders. Wat de boer in de polder teelt en hoe dat verwerkt wordt tot voeding klaar voor consumptie, wordt behandeld in vier lessen, met bijhorende werkblaadjes en werkboekjes.

Het derde thema neemt de leerlingen mee naar een ver verleden waarin besmettelijke ziektes nog niet afdoende konden worden behandeld en waarin de kennis over ziektes en de oorzaak ervan nog zeer beperkt was. De leerlingen vergelijken deze situatie met ziek zijn vandaag en verwerken de inhoud in een tekenopdracht waarin ze hun fantasie de vrije loop laten om zelf een nieuwe ziekte te ontwikkelen.

Thema 4 tenslotte staat stil bij het weer en de klimatologische waarnemingen. De bewoners van Fort Liefkenshoek en omgeving hebben door de eeuwen heen de weersomstandigheden
op de voet moeten volgen. Zij waren voor hun werkzaamheden immers sterk afhankelijk van dat weer. Zo bijvoorbeeld de landbouwer die voor het telen van gewassen op de velden zon, licht en water nodig heeft, de molenaar die wind nodig heeft om de wieken te laten draaien, enzovoort. In deze les diepen de leerlingen de verschillende weerelementen uit en leren ze aan de hand van enkele zelf geknutselde instrumenten, het weer meten en omzetten in statistieken.