Van garnizoenplaats naar cultuurhistorisch monument (1839 - heden)

De Nederlanders verlaten op 22 juni 1839 de Scheldeforten. Ditmaal is het voorgoed. Koning Willem I erkent pas acht jaar na de afscheiding België als een onafhankelijke staat. Zeeuws-Vlaanderen blijft Nederlands. Dit betekent dat ook de Westerschelde Nederlands grondgebied blijft. En dat heeft zo zijn gevolgen. Nederland blijft tol heffen op schepen die de Westerschelde op- en afvaren, zeer tegen de zin van de nieuwe staat. Op 16 juli 1863 slaagt de Belgische regering erin de tolrechten definitief van de Nederlanders af te kopen.

In de negentiende eeuw is het fort Liefkenshoek als militaire versterking verouderd. Het Belgische leger gebruikt het fort vooral als garnizoenplaats. In 1894 schrijft de legerleiding het fort definitief af als verdedigingswerk. Toch houdt de Duitse bezetter tijdens de Eerste Wereldoorlog het fort in staat van verdediging. Hij gebruikt het om de Schelde te bewaken en bouwt er drie bunkers. Ook in de Tweede Wereldoorlog nemen de Duitsers er hun intrek. Tijdens die jaren is veel schade aan de gebouwen aangebracht.

In quarantaine

De overheid gebruikt het fort Liefkenshoek in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw als afzonderingsoord voor opvarenden van schepen die getroffen zijn door besmettelijke ziektes. Het fort ligt een eind af van de bewoonde wereld maar tegelijk aan de oever van de Schelde. De grote stoomschepen die Antwerpen bevoorraden met overzeese goederen moeten hier voorbij. Net als de passagiersschepen die emigranten uit alle hoeken van Europa met honderden tegelijk naar het Amerikaanse continent brengen. Het fort Liefkenshoek is dus een geschikte plek om zieken te verzorgen en gezonden in observatie te houden zonder de burgerbevolking in gevaar te brengen. Aanvankelijk gebeurt dat met weinig middelen. Pas na de eerste wereldoorlog wordt het fort omgebouwd tot lazaret en krijgt het een degelijke medische uitrusting.

Liefkenshoek omgebouwd tot lazaret

Tussen de eerste en de tweede wereldoorlog wordt Liefkenshoek ingrijpend verbouwd tot lazaret van de quarantainedienst van de Schelde. Alle lokalen krijgen een bestemming in het kader van de medische functie van het fort. Op het oefenplein was al eerder een nieuw gebouw - het paviljoen of het lazaret - opgetrokken met twee ziekenzalen en een apotheek. Ook het gebouw waar de zusters verblijven - de officierswoning - krijgt een facelift. Er doen zich echter geen grote besmettingen meer voor. De investeringen blijken achteraf nutteloos. Het fort verliest zijn quarantainefunctie definitief in 1952. Het bouwvallige paviljoen wordt in november 1981 afgebroken.

Oase van rust

Onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog neemt de Belgische marine haar intrek in het fort. De uitkijktoren herinnert aan deze periode. Tussen 1964 en 1973 ontvangt het fort gezinnen van militairen die van een welverdiende vakantie wensen te genieten. Hierna sluit het Belgische leger de site onherroepelijk.

In 1980 wordt de gemeente Beveren de nieuwe eigenaar. In 1985 werd het fort beschermd als monument. Gefaseerd neemt het gemeentebestuur de restauratie en de herinrichitng van de site op zich. In 2007 opende de gemeente Beveren in vier lokalen een bezoekerscentrum. Dat stelt de eeuwenlange strijd van de mens tegen het water centraal: overstromingen en inpolderingen, oorlogen en het ontstaan van de landsgrens, visserij en landbouw en de oprukkende industrialisering. Datzelfde verhaal werd in 2012 vertaald  in de acht overige lokalen naar kinderen en jongeren. Via allerlei opdrachten maken ze op een speelse manier kennis met de bewogen geschiedenis van het fort en de regio. Zo werd deze voormalige militaire vesting en deze historische plek een oase van groen en rust. Een anachronisme in een industriële omgeving.

fort voor restauratie