De oorsprong van Fort Liefkenshoek: tachtig jaar oorlog

De Nederlanden in de zestiende eeuw

In de zestiende eeuw is het gebied dat als de Nederlanden of de Zeventien Provinciën bekend staat, geen eenheidsstaat. Het zijn zeventien onafhankelijke gewesten die als gevolg van overeenkomsten, huwelijken en erfenissen dezelfde vorst delen en zetelen in hetzelfde overkoepelend bestuur. Hun vorst, de Habsburgse keizer Karel V (1500-1558), staat aan het hoofd van een katholiek wereldrijk. Bij zijn troonsafstand in 1555 verdeelt hij zijn rijk onder zijn zoon en zijn broer. De Nederlanden horen vanaf dan bij het Spaanse koninkrijk onder Karels zoon Filips II (1527-1598).

Vrij snel na de troonsbestijging van Filips II rijzen tussen de koning en de hoge Nederlandse adel politieke en bestuurlijke tegenstellingen. Daarnaast steekt sociale onrust de kop op. Bovendien groeit een diepe kloof tussen de aanhangers van het oude katholieke geloof en die van de nieuwe protestantse stromingen. Deze spanningen in alle bevolkingslagen leiden tot conflicten die uitgroeien tot een onafhankelijkheidsstrijd die tachtig jaar zal duren, van 1568 tot 1648.

Antwerpen in de zestiende eeuw

Antwerpen is halverwege de zestiende eeuw de belangrijkste handelsstad van Noord-Europa. De haven zorgt voor werk en welstand en brengt de inwoners in contact met gebruiken en ideeën uit alle delen van de wereld.

De opstandige gewesten wensen een onafhankelijke politieke, economische en religieuze koers te varen. Vanaf 1579 krijgen vele steden een calvinistisch bestuur. Willem van Nassau (1533-1584), prins van Oranje, de politieke en militaire leider van de opstand, vestigt zich in 1578 met zijn gezin in Antwerpen. De stad werpt zich op als hoofdstad van de opstandige Nederlanden. Enkele jaren stuurt Willem van Oranje van hieruit de strijd. Wanneer blijkt dat Filips II niet van toegevingen wil weten, erkennen de opstandige gewesten de koning in 1581 niet langer als hun vorst.

Spanje slaat terug

Koning Filips II van Spanje reageert vastberaden. Hij benoemt zijn neef Alessandro Farnese (1545-1592), hertog van Parma, tot landvoogd van de Nederlanden en opperbevelhebber van het leger. Zijn belangrijkste opdracht bestaat erin de opstandige gebieden te heroveren. Farnese, een begenadigd strateeg en handig diplomaat, gaat systematisch te werk. Een voor een belegert hij de Zuid-Nederlandse steden om ze tot overgave te dwingen. En dan trekt hij op in de richting van het Land van Waas met de bedoeling door te stoten naar Antwerpen.

Antwerpen beschermt zichzelf

De opmars van Farnese baart het stadsbestuur van Antwerpen en de leiders van de opstand al van bij de aanvang zware zorgen. De stad moet kost wat kost uit Spaanse handen blijven. Rond de stad wordt een beschermende dam tegen aanvallen en belegeringen opgetrokken. Deze dam bestaat uit een aaneenschakeling van forten en schansen. Eén van de belangrijkste is Liefkenshoek, op de linkeroever van de Schelde. De verdedigingsgordel moet de scheepvaart op de Schelde - de voornaamste bron van inkomsten - beheersen, de omliggende polders controleren en ten slotte de stad zelf beschermen.

Wanneer Farnese aan zijn herovering richting Waasland begint, zetten de Antwerpenaren de hele polderstrook langs de Schelde onder water. Toch slaagt Farnese erin om op 6 juli 1584 zijn intrek te nemen in het kasteel Singelberg te Beveren, aan de rand van de verdronken Wase polders. Vier dagen later al bezetten zijn troepen de volledige linker Scheldeoever, het fort Liefkenshoek incluis. De inname van het fort Lillo op de rechteroever mislukt.

Het fort Liefkenshoek

De forten Lillo en LiefkenshoekDe plaats waar de Antwerpenaren in 1579 het fort Liefkenshoek oprichten, is heel strategisch gekozen. Het fort ligt op het punt waar de dijk tussen de Doel- en de Sint-Annapolder aansluiting vindt op de Scheldedijk. Het controleert hierdoor een laaggelegen poldergebied. Dankzij de twee sluizen aan weerszijden van het fort kunnen beide polders heel gemakkelijk onder water worden gezet. Maar het fort beheerst ook de Schelde. Aan de overzijde van de stroom wordt ongeveer tezelfdertijd fort Lillo afgewerkt. Samen controleren de tweelingforten Liefkenshoek en Lillo de scheepvaart. Het bereik van de kanonnen vanuit beide forten overlapt ergens voorbij het midden van de rivier.

De Farnesebrug

Farnese wil Antwerpen uithongeren en zo tot overgave dwingen. Omdat hij fort Lillo niet heeft kunnen innemen, laat hij in de volgende bocht van de Schelde in een recordtempo twee nieuwe forten bouwen: fort Sint-Marie op de linkeroever en fort Sint-Filips op de rechteroever. Tussen de forten komt een brugverbinding, de zogenaamde Farnesebrug. Die vlotbrug sluit de Schelde hermetisch af. Voedselbevoorrading noch troepenversterkingen uit het noorden kunnen Antwerpen bereiken.

Tienduizenden in het Waasland gevelde boomstammen worden in de Schelde geheid. Spaanse soldaten bewaken de brug zorgvuldig. Uit Antwerpen vertrekken nog twee schepen in een ultieme maar vergeefse poging om de brug op te blazen. Antwerpen hongert langzaam maar zeker uit.

Justinus van Nassau

Op 3 april 1585 vaart Justinus van Nassau, een bastaardzoon van Willem van Oranje, de Schelde op. Hij herovert, geruggensteund door de troepen onder leiding van Philips von Hohenlohe-Neuenstein, het fort Liefkenshoek en de omliggende polders voor de opstandige gewesten. Hiermee komt meteen een einde aan de enige bezetting die het fort Liefkenshoek tijdens de Tachtigjarige Oorlog ondergaat.

1585

De aanpak van Farnese levert Spanje de overgave van Antwerpen op. De officiële akte wordt ondertekend op het kasteel Singelberg op 17 augustus 1585. Antwerpen is voortaan weer Spaans maar de Staatsen blijven de forten Liefkenshoek en Lillo bezetten en controleren zo de Antwerpse handelsstroom. Maar de oorlog is verre van gedaan. In de volgende jaren wordt meer dan eens hevig slag geleverd en zien beide partijen gebieden verloren gaan die ze later weer heroveren.

De Slag van Kallo

De Slag bij KalloIn 1638 lijkt Spanje uitgeteld. De Republiek wil hiervan profiteren. Begin juni trekt het Staatse leger onder leiding van graaf Willem van Nassau-Siegen op in de richting van Kallo om van daaruit Antwerpen aan te vallen. Maar Felipe da Silva, de militaire gouverneur van Antwerpen, reageert onverwacht snel en dient de Staatsen in de nacht van 20 juni een verpletterende nederlaag toe. Honderden Staatse soldaten sneuvelen, onder wie de zoon van graaf Willem, en duizenden worden gevangen genomen.

De Vrede van Münster

Na tachtig jaar oorlog verdeelt de Vrede van Münster in 1648 de Nederlanden definitief in twee. De noordelijke provincies verwerven de onafhankelijkheid, de zuidelijke provincies blijven onder het Spaanse gezag. De nieuwe grens snijdt de geïnundeerde polderstreek langs de Schelde doormidden. De forten Lillo en Liefkenshoek blijven in handen van de nieuwe Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Ze vormen kleine, maar strategisch en economisch belangrijke bruggenhoofden in de Zuidelijke Nederlanden.